Stinsen

romantisch plaatje

Nederland telt nog een aantal prachtige burchten, kastelen en landgoederen. Maar hun voorlopers - in Friesland de stinsen - zijn bijna allemaal verdwenen of ingekapseld door andere bouwwerken. Op enkele na dan, zoals de rond 1300 gebouwde Schierstins in Veenwouden.
Een stins is een woontoren van dikke bakstenen, waar voorname families een toevlucht zochten in tijden van gevaar. De stenen toren viel duidelijk op tussen de eenvoudige huizen van hout, leem, riet en plaggen. Het woord stins is dan ook een samentrekking van 'steenhuis'.

 

 

Klooster

toren

Het oudst bekende document over de Schierstins is een stuk vergeeld perkament uit het jaar 1439. Daarin wordt over het 'Schira Monnika huse' geschreven. Later gebruikt men het woord Schierstins. De stins is vernoemd naar de monniken van het klooster Claercamp bij Rinsumageest, die schiere (=grijze) pijen droegen. Onder leiding van dit klooster hebben monniken en leken turf gestoken in de wijde omgeving van Veenwouden.

 

 

Uitbreiding

platte grond

In de tweede helft van de 16e eeuw moet de katholieke kerk wijken voor die van de protestanten. De Schierstins komt in bezit van particulieren. Zo hebben een jonkheer, een hoge officier en een oud-burgemeester van Leeuwarden in het middeleeuws pand gewoond. In 1814 omvat het gebouw twee aanbouwen tegen de toren, een zomerhuis, paardenstalling, boomgaard en park. De Schierstins is een waar landgoed geworden.

 

 

Openbaar gebouw

Aan het eind van de negentiende eeuw is de met klimop overwoekerde toren zo bouwvallig, dat sloop de enige uitweg lijkt. Dankzij het Fries Genootschap wordt het unieke bouwwerk in 1906 gerestaureerd. Tot omstreeks 1960 doet het gebouw dienst als postkantoor.
In het begin van de jaren zestig volgt een tweede restauratie; de gemeente Dantumadeel is intussen eigenaar geworden. De Schierstins krijgt dan een publieke functie: eerst als museum met raads- en trouwzaal en later als cultureel centrum voor kunst- en historische exposities, lezingen en symposia.
In 1999 wordt de bovenverdieping verbouwd en toegankelijk gemaakt om onderdak te bieden aan een permanente expositie.
Kort na die tijd doopt een dochter van de in Veenwouden geboren schrijver dr. Theun de Vries de bestuurskamer in een naar hem genoemde 'keamer'. In dit vertrek wordt aandacht aan zijn werk besteed.